Een crossmedia nieuwsorganisatie, zo kan het

Met ongeveer 60 derdejaarsstudenten zijn we nu een paar weken verder met het project ‘Kleur van de Stad’. In video, audio, foto en tekst houden de journalisten in-spé zich in de verschillende stadsdelen bezig met het zoeken naar verhalen uit Amsterdam – het verhaal moet immers leidend zijn. Op nieuwsenmedia.nl/kleuren vind je de centrale portal. Zou een professionele nieuwsorganisatie ook zo te werk kunnen gaan?

De stad kunnen lezen
Een paar weken geleden stuurde ik een kleine 60 derdejaarsstudenten Nieuws en Media erop uit. Ze vormden redacties van 7 à 8 man, verspreid over de 7 stadsdelen van Amsterdam, en IJburg apart. Elke student moest na 10 weken zes verhalen hebben, gebaseerd op drie pijlers:

  • Subculturen van een stadsdeel (bijvoorbeeld homo’s in het centrum, Belwinkeleigenaren in West, kunstenaars in Noord, daklozen)
  • Typisch… (welk gebruik, welk gebouw hoort nu echt bij dát stadsdeel?)
  • Urban Secrets (wat weet nog niemand, of waar is weinig over bekend: van de atoomkelders tot een uitvaartcentrum waar tijdelijk een club in is gevestigd)

Eerst moesten de studenten research doen naar hun stadsdeel. De meeste studenten wonen niet in Amsterdam; ze moesten zich de stad eigen maken. De eerste ingeving van studenten is dan altijd om het openbaar vervoer te pakken, maar door te lopen of te fietsen zie je veel meer. Toch is het nog knap lastig om de stad te kunnen ‘lezen’ als je begin twintig bent en nog nooit in Nieuw-West bent geweest.

Voordat iedereen zijn stadsdeel een beetje kon doorgronden, waren we zo twee weken verder. Maar toen begon de motor voorzichtig te draaien. Studenten kregen inloggegevens voor het WordPress CMS (iedereen is beheerder) en een handleiding met instructies over de huisstijl, correct koppelen en labelen van data en content. Ze maakten afspraken in de teams wanneer content werd geplaatst, en stemden met elkaar af welke verhalen werden geplaatst. Ze stonden onder begeleiding van een tutor (docent) die hen elke week een uur sprak op een redactievergadering, meestal op lokatie, in het stadsdeel dus.

Overkill aan systeemplafond
Natuurlijk rammelt er nog wat aan de content. Maar dat geeft niet. Ze moeten nog bijgestuurd worden. Maar dat gaat prima op afstand; als tutor (en als modulecoördinator) lever je kritiek op de content. Per mail, per twitter of per telefoon. En natuurlijk zijn er de wekelijkse bijeenkomsten.

Maar wat maakt deze verzameling van verhalen nu anders dan andere (hyper)lokale blogs?

Stel, je bent een grotere nieuwsorganisatie. Je hebt zo’n 50 correspondenten in dienst. Je bent niet afhankelijk van één soort drager; je hebt een verhaal te vertellen. Ik zou de audio kunnen clusteren en hermonteren voor een dagelijks (internet)radioprogramma. De video’s worden aan elkaar gekoppeld en gestreamd als actualiteitenprogramma met een videoapp voor de iPad. Elke maand is er een evenement (debat, interview) waarbij je teruggrijpt op de gebeurtenissen van de afgelopen periode. Omdat je de content koppelt aan locaties (geotaggen) heb je bovendien een ander ‘zicht’ op de stad.

Een aantal kenmerken op een rij voor zo’n moderne nieuwsorganisatie:

  • verhaal is leidend, niet de vorm (niet ‘de krant’, ‘de radiozender’)
  • overzicht / archivering is duidelijker: je kunt in één keer zien welke journalist wat heeft gemaakt (en hoeveel!), en of bepaalde verschijnselen in een gebied vaker zijn gesignaleerd. Door goed te categoriseren bouw je een database op waardoor je combinaties kunt maken. ‘Geef me alle urban secrets in video in Nieuw-West’.
  • Beter contact met je publiek. Als nieuwsorganisatie kan je socialer worden. De toevoeging van kleinschalige evenementen (‘In gesprek over mijn directe omgeving, met mensen die er verstand van hebben’), redactievergaderingen op locatie (‘Kijk, daar zitten die journalisten’) en een constante twitterstream met een hashtag die door de journalisten zelf in de gaten wordt gehouden, zorgen er voor dat je consument betrokken blijven en raken. Wie weet heeft je nieuwsconsument er wel maandelijks 9 euro voor over om op de hoogte gehouden te worden.

En dan is er ook nog het journalistiek inhoudelijk aspect. Als je journalisten echt in de vezels van een gebied zitten (in plaats van dat tochtige kantoorpand met een overkill aan systeemplafond), voorkom je mogelijk de ‘uniforme’ berichtenziekte (nieuws als een stroom van eenzijdigheid) en weinig verheffend telefonisch contact met een woordvoerder als enige bron. Laat zien wat er gebeurt.

Deze derdejaarsstudenten zijn misschien nog geen journalisten. Ze zijn vooral dol op bejaarden als subculturen omdat die zo makkelijk aanspreekbaar zijn. Hun zinnen zijn misschien niet altijd even beeldend. Ze behandelen vaak nog onderwerpen, in plaats van dat ze een verhaal vertellen. Dat zijn journalistieke vaardigheden die je moet blijven ontwikkelen.

En natuurlijk heeft een journalist misschien een voorkeur voor tekst en weet hij zeker dat-ie nooit zal floreren met een audioreportage. Maar nieuws en verhalen die samenkomen op één ‘portal’ in plaats van één medium, vraagt een andere ‘mindset’ om mee te werken.

Op donderdag 27 januari 2011 komen alle derdejaarsstudenten bijelkaar in het Singelgrachtgebouw van de HvA. Ze nodigen gasten uit die met hun stadsdeel te maken hebben, en bespreken elkaars werk. Een journalistiek mini-event, dus.

  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook

Dit bericht is geplaatst in Inspiratie en getagd, , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.