Het lijkt slim geformuleerd van VVD-kamerlid Anouchka van Miltenburg in het Nederlands Dagblad. ( PDF, pagina 4). ‘Het is de bedoeling dat de nieuwssites van de omroepen verdwijnen’, zegt Van Miltenburg. ‘Kranten moeten proberen op internet geld te verdienen, terwijl de omroepen dat soort beperkingen niet hebben. Het is oneigenlijke concurrentie.’ Ja, het malle internet toch. En dan nu een les media anno 2010 voor het kabinet.
‘Er wordt bezuinigd op de publieke omroep zonder de kwaliteit aan te tasten,’ zegt het regeerakkoord van VVD en CDA. ‘De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) krijgt een taakstellende bezuiniging en reduceert bureaucratie, management en coördinatie in de verhouding met de omroepen en laat hen meer ruimte. De NPO beperkt zich tot audiovisuele taken.’ De term ‘audiovisueel’ is in eerste instantie al een sof; dat was de natuurkundeles uit 1981 met een overheadprojector en een bandrecorder ook. Anouchka van Miltenburg bevestigde tegen het Radio 1-journaal de lezing van de oplettende journalist van het Nederlands Dagblad dat daarmee bedoeld wordt dat de toenemende online rol van de omroepen moet worden ingeperkt.
Laat ik duidelijk zijn; het is helemaal niet gek om de publieke omroep te hervormen. Ik ben er een voorstander van dat de pijlers van een publieke omroep cultuur/verstrooiing, educatie en actualiteit zijn. Toen ik afgelopen zondag de zoveelste BNN-presentatrice zag bungeejumpen en zich laven aan de alcohol op een popfestival, stelde ik voorzichtig dat dit soort televisie zijn beste tijd heeft gehad. Hervormen, prima. Je moet de publieke omroep alleen niet willen vervormen.
Door achteloos te roepen dat online activiteiten van de publieke omroep oneerlijke concurrentie is, ga je voorbij aan het feit dat de term ‘omroep’ onderhand niet meer de lading dekt. ‘Publieke Media Organisatie’ zou beter op zijn plaats zijn. Dit kabinet draait bij monde van Van Miltenburg het verhaal om.
Volgens de Volkskrant zei Van Miltenburg gisteren in het Radio 1 journaal dat het prima is om een interview online te publiceren, zodat het is terug te luisteren via internet, ‘maar dat het niet de bedoeling is dat een redacteur dat gesprek aanvult en als nieuw product online aanbiedt.’ Hoe zie je dit voor je? Dat je geen enkele tekst of duiding bij een fragment geeft?
Google en HSBC zetten juist in op de inzet van internet in ontwikkelingslanden met initiatieven als o3b Networks; het gaat hier weliswaar puur om de infrastructuur, maar de vermeende vrije, westerse overheid als die van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten hebben in de opvatting dat het volop faciliteren van ‘online’ activiteiten (in feite het vrijelijk delen van informatie / kennis / data) een noodzaak is. In de praktijk komt het erop neer dat die 16-jarige vmbo-scholier zijn informatie van een nationale nieuwsportal moet kunnen halen die hij mag vertrouwen.
Daar komt bij dat een eventuele uitwerking van Van Miltenburg niet haalbaar is. Nieuws en actualiteiten zijn van ons allemaal geworden, het is niet de vrucht van een mediamagnaat op zijn hoge berg. Mogen krantensites en blogs wel informatie vrijelijk bewerken, mashuppen, ontsluiten, maar de publieke omroepen dus niet? Ik geloof niet dat je dit in het buitenland kunt uitleggen.
Een site als Joop.nl wordt links en rechts nu volledig gefileerd; haha, zie die zielige Van Jole. Daar gaat zijn linksche staatsplatform. Maar wie concurreert met Joop.nl? De Volkskrant…? Nou, de oplage van de Volkskrant zal stijgen als joop.nl eruit ligt. Veel dubieuzer vind ik dit soort spelletjessites van de TROS die rechtstreeks de populariteit van Studio 100 producties verklaren. Sowieso heeft heel muzikaal Volendam bestaansrecht dankzij de staat. Of is dat dan ineens weer volks, en dus een taak van de publieke omroep?
Een nieuwssite als nos.nl kan je niet afschaffen als je redeneert dat via internet juist álle doelgroepen zijn te bereiken. Talloze jongeren en studenten luisteren niet ambachtelijk ‘naar de radio’ of ‘kijken televisie’; ze gebruiken audio en video. En het zou fijn zijn als de politiek zich dat realiseerde.